De stalen zonnecel
"De blauwdruk voor het productieproces ligt klaar," zegt Wim Soppe van ECN Zonne-energie. "Inclusief de financiële kant. Ons streven is dat de kosten per wattpiek onder de 70 cent blijven – minder dan half zoveel als die van kristallijne modules."
De nieuwe zonnecel bestaat uit een dunne film in plaats van gezaagde wafers. 'Dun' is zacht uitgedrukt. Een vel 80-grams papier is ruwweg 50 keer zo dik als de laagjes silicium die samen het werkzame deel vormen! Daardoor is in vergelijking met de gangbare kristallijne cellen 100 keer minder silicium nodig. Bovendien leent de flexibele dunne film zich voor de efficiënte productiemethode waar ECN Zonne-energie nu aan werkt: een strook staalfolie afkomstig van een grote rol gaat door een reeks proceskamers. Daar worden de isolerende, geleidende en actieve lagen aangebracht, doen lasers het graveerwerk om de cellen te scheiden en serieschakeling mogelijk te maken, en zorgt een zeefdrukmachine voor de elektrische verbindingen. Aan het eind worden de al bijna voltooide zonnepanelen op een tweede rol gewikkeld.
Waarom staalfolie en geen kunststof? Soppe: "Ten eerste is staal lekker sterk en vooral rekvast. Bovendien verdraagt het makkelijk de 200°C die we nodig hebben voor het opdampen van de actieve lagen. Kunststof dwingt tot het gebruik van wat lagere temperaturen, en dat is voor silicium minder gunstig."
Maar zou een heldere folie niet als voordeel kunnen hebben dat een enigszins zonwerende ruit bruikbaar wordt als zonnepaneel? "Als je pakweg de helft van het licht zomaar door je cel heen laat vallen, dan heb je twee keer het oppervlak nodig voor hetzelfde elektrische vermogen," zegt Soppe. "En dan wordt je zonnestroom dus twee keer zo duur. Terwijl alles juist draait om de laagst haalbare prijs! Voor de toepassing van foliecellen werken we samen met Corus; denk aan gevelplaten en dakelementen."
Bron: ECN



















