Energiezuinig bouwen gaat de Architectuur veranderen!
SchwörerHaus passiefhuis blog
Veel bestemmingsplannen die recent vastgesteld zijn, of binnenkort vastgesteld gaan worden, lijken zich hoofdzakelijk te concentreren op wat was. Zo lees je in menig beeldkwaliteitplan dat er ‘Jaren Dertig Architectuur’ gemaakt moet worden, en met de Jaren Dertig wordt zeker niet 2030 bedoeld, eerder 1930 of daaromtrent. De gemiddelde makelaar zal hier natuurlijk blij mee zijn, want zeg nou zelf, zoiets verkoopt goed!
Tijden veranderen echter. Europese wetgeving wordt dwingend aan de lidstaten opgelegd en de geëiste EPC-waardes voor woningen dalen in snel tempo: van 0,8 nu, naar 0,6 begin 2011 en naar 0,54 in 2015, om uiteindelijk te eindigen bij woningen die onafhankelijk van een energieleverancier moeten functioneren. Met nog knap negen jaar te gaan kun je zeggen, dat is heel erg kort. Zet je dat ook nog eens af tegen de gemiddelde looptijd van een Bestemmingsplan, dan begrijp je dat ergens de schoen gaat wringen. Veel bouwers menen echter dat ze met een paar kleine ingreepjes het doel wel zullen halen, in ieder geval laten ze ons weten dat het ‘zo’n vaart niet loopt’.
Als Architect ben ik nauw betrokken bij SchwörerHaus; een Duits bouwbedrijf, in eigen land toonaangevend op het gebied van energiezuinig bouwen, en Passiefhuizen in het bijzonder. De afgelopen anderhalf jaar hebben wij voor hen diverse woningen ontworpen. Langzaamaan begrijpen wij dan ook waar de schoen wringt als het gaat om het ontwerpen van energiezuinige woningen. Zo valt op dat een energiezuinig huis bijna altijd een zeer goed geïsoleerde schil heeft. Bij een SchwörerHaus zijn de wanden in de Passiefhuis-uitvoering bijvoorbeeld al 450 mm dik, het dak is zelfs 760 mm dik en ramen worden standaard uitgevoerd in drie- of in viervoudige beglazing.
Vrije vormgeving is natuurlijk belangrijk voor een architect, maar hoezeer je hier ook aan hecht, uiteindelijk is het de fabrikant die de garantie op de constructie afgeeft, in het geval van SchwörerHaus 30 jaar. Wat betekent een dak van 760 mm nou voor de vormgeving? Nederland staat natuurlijk bekend om zijn dakkapellen landschap, waarbij bijna alle dakkapellen slank zijn gebouwd met lekker dunne zijwangen en dito dak.
In het geval van een SchwörerHaus Passiefdak heeft dit tot gevolg dat hier een gat in aangebracht moet worden, iets wat natuurlijk funest is voor de isolatiewaarde van je dakconstructie. Vervolgens komt de opgave om een dergelijke dakkapel vorm te geven. Bij een zo’n dik dakpakket kun je natuurlijk niet aankomen met een geïsoleerde zijwang van 100 mm, dat slaat ergens op. Het dak van zo’n dakkapel zou bovendien ten minste 760 mm dik moeten zijn om een gelijkwaardige isolatie te bereiken. U begrijpt dat dit niet zomaar gaat lukken.
Wij kiezen er daarom voor om woningen zodanig te ontwerpen dat de toepassing van een dakkapel vermeden kan worden. We streven daarbij naar woningen met een belangrijkere rol voor de kopgevels. In begin is het even wennen, maar na verloop van tijd weet je niet beter.
Een volgend aandachtspunt is de beglazing. De toepassing van drie- en viervoudige beglazing maakt een einde aan de toepassing van raamroeden, dit gaat eenvoudigweg niet meer. Daarmee wordt langzaam maar zeker afscheid genomen van de meer traditionele architectuur. Denk in dit kader bijvoorbeeld eens aan het rieten dak: op een dakpakket van 760 mm ook nog een rietpakket van 300 mm wegwerken is een ‘Tour de Force’. Ja het kan in theorie, maar eenvoudig is het niet.
Goed isoleren heeft dan ook een prijs. Een voor Nederland hoge prijs, immers daar waar metselwerk zit, zit geen isolatie. Het is moeilijk voor te stellen in een land dat steentje voor steentje is opgebouwd, maar toch doet de huidige baksteen te weinig om uiteindelijk het einddoel van nulenergie woningen te bereiken. Dat wil echter niet zeggen dat de rol van baksteen is uitgespeeld. De rol van de baksteen verandert: van een wezenlijk onderdeel van de hoofdconstructie, naar een esthetische bijrol. En daarvoor zijn noodzakelijkerwijs geen dikke bakstenen nodig.
Een ander facet dat bij de vormgeving van Passiefhuizen een belangrijke rol speelt is het platte dak. De moderne architect werkt natuurlijk graag met strakke en rechte wanden, het platte dak van Schwörerhaus in een Passiefuitvoering is echter ook 760 mm dik. Uit Duits onderzoek blijkt dat gedurende de wintermaanden vocht uit de woning zich ophoopt in een platdakconstructie. Door opwarming in de zomer zal dit vocht het dak weer gaan verlaten. Om de benodigde ventilatie van de dakconstructie mogelijk te maken, kiest men er bij SchwörerHaus zekerheidshalve voor om een klein overstek van 300 mm voor te schrijven. Hier zou ik als architect vanzelfsprekend de vrijheid willen hebben om het anders op te lossen. Vooralsnog zijn er echter nog geen betrouwbare oplossingen gevonden om dit probleem adequaat het hoofd te bieden. Dit betekent dus dat de kubistische architectuur voorlopig vergezeld zal gaan van overstekken bij platte daken.
Al met al zijn dit een paar voorbeelden die de vormgeving danig beïnvloeden. Of, anders gezegd, onderdelen waar je als architect veel aandacht aan moet besteden. Doordat de bouwfysica in de aanzienlijk beter geïsoleerde wanden en daken een belangrijkere rol speelt, kun je eenvoudigweg niet afdwingen dat alleen de vormgeving het hier wint.
Kijken we tenslotte nogmaals naar de vele bestemmingsplannen, dan valt op dat de geschetste problematiek in het geheel geen rol speelt. Men lijkt zich van die zijde nauwelijks bewust van het feit dat de overheid zich al lang heeft uitgesproken voor een energiezuinige en duurzame bouwwijze. Ik pleit er dan ook sterk voor om veel meer aandacht aan deze problematiek te besteden bij het opstellen van nieuwe bestemmingsplannen. Daarnaast zal er een versoepeling moeten komen op bestaande bestemmingsplannen als het gaat om absurde vormgevingseisen als ‘Jaren Dertig- architectuur’ of ‘metselwerk architectuur’ Nee, het belang van goede isolatie dient tenminste net zo belangrijk te zijn. Overheden, architecten en planologen moeten niet slaafs blijven kijken naar wat was, maar de blik richten op de nieuwe Jaren Dertig: The New Thirties!
Kortom, er is nog veel werk te verzetten!
Tekst: Robert Albers
Bron: Schwoerer


















